Indicaties bij kinderen

Bekkenbodemtherapie

De bekkenbodemspieren: het afsluitmechanisme

De bekkenbodem bestaat uit spieren die liggen tussen het schaambeen en het staartbeen. Ze sluiten het bekken aan de onderkant helemaal af. Bij een meisje lopen er wel drie openingen door, namelijk de plasbuis, de vagina en de aars en bij een jongen twee, namelijk de plasbuis en de aars.

Waarvoor dienen ze?

  • Ze bieden steun aan de organen in het bekken. Ze vormen een soort veerkrachtige hangmat voor de ingewanden.
  • Ze dragen bij aan de stabiliteit van het bekken en de wervelkolom.
  • Ze kunnen de urinebuis en de anus openen en sluiten. Door bewust de spieren op te spannen, kunnen we voorkomen dat we ongewenst urine of stoelgang verliezen (incontinentieproblemen) en windjes lossen.
  • Ze hebben later ook een rol in de seksuele beleving.

Bekkenbodemspieren zijn bewust en actief te gebruiken, ook bij kinderen. Veel kinderen zijn zich hiervan niet bewust of voelen dit niet. Stoornissen bij kinderen treden meestal op wanneer de bekkenbodemspieren te gespannen zijn of wanneer ze niet op de goede manier of op het juiste moment aan- of ontspannen. Soms voelen kinderen de signalen van de blaas niet goed. Zo kunnen kinderen een verkeerde manier van plassen en/of ontlasten ontwikkelen.

Symptomen of klachten

  • Urineverlies, natte broekjes
  • Blaasontstekingen
  • Heel vaak plassen
  • bedplassen
  • het verlies van stoelgang
  • windjes niet kunnen ophouden
  • moeilijk stoelgang maken (obstipatie)
  • moeite met uitplassen
  • pijn in de buik

Bekkenbodemkinesitherapie of bekkenbodemreëducatie voor kinderen is gericht op een goede beheersing van de bekkenbodem. Op een speelse manier leren kinderen hoe we normalerwijze plassen of ontlasten. Ze leren voelen waar die bekkenbodemspieren liggen en hoe ze die kunnen gebruiken of controleren. Samen met een aangepaste houding en leefgewoonten (drankgebruik, eetgewoonten) kunt u hierdoor bekkenbodemklachten beperken, behandelen of zelfs vermijden.
Ook voor en na operaties in de onderbuik vormt bekkenbodemreëducatie een belangrijk onderdeel van de multidisciplinaire behandeling.

Aandoeningen die kunnen behandeld worden met kinesitherapie

Urinaire problemen
  • Nachtelijk bedplassen
  • urineverlies
  • chirurgische ingrepen
Colo-proctologische problemen
  • stoelgangverlies incontinentie
  • moeilijke stoelgang (dyshezie en constipatie)
  • ophouden van stoelgang
  • anorectale pijnklachten
  • chirurgische ingrepen

Mogelijke kinesitherapeutische behandelingen

  • drankschema
  • plasschema
  • voedingsadvies
  • dag-nachtwekkers
  • aanleren van het op- en ontspannen van de bekkenbodemspieren
  • elektrostimulatie
  • biofeedback
  • ballontherapie
  • massage
  • core stability

Enkele termen

Zindelijkheid

Zindelijk worden is een leerproces dat meestal vanzelf gaat. Als een kind van vijf jaar of ouder nog regelmatig nat is, stoelgang in het ondergoed heeft, regelmatig een blaasontsteking heeft en/of moeizaam kan plassen of naar het groot toilet kan gaan, is het aan te raden om dit eens verder te laten onderzoeken.

Plas- en stoelgangproblemen kunnen een grote invloed hebben op het dagelijkse leven van uw kind en zelfs uw gezin. Blijf er niet mee zitten, want in veel gevallen is er iets aan te doen.
Het zindelijk worden (en blijven) is een ingewikkeld leerproces dat door fysieke, emotionele en relationele factoren gestimuleerd of verstoord kan worden. In principe zal een kind eerst zindelijk worden met de ontlasting en daarna voor het plassen.

‘Pipi doen’

De nieren filteren afvalstoffen uit het lichaam en sturen die afvalstoffen via de urineleiders naar de blaas. Veel drinken betekent ook veel plassen. De blaas heeft twee taken: urine verzamelen en vervolgens naar buiten duwen. Als de blaas bijna vol is, ontstaat plasdrang en wordt het tijd om te gaan plassen. Bij het plassen duwt de blaas de urine naar buiten. De blaas doet dat zelf en heeft daarbij geen hulp nodig. Onder in de blaas begint de plasbuis, die door de bekkenbodemspieren afgesloten kan worden.  

Tijdens het vullen van de blaas moet de uitgang gesloten blijven. 

Tijdens het plassen moeten de spieren zich ontspannen, zodat ‘de pipi’ makkelijk en vlot naar buiten kan stromen. Het leeglopen van de blaas kunt u vergelijken met het leeglopen van een ballon.

Ontlasting

Het voedsel wordt verteerd in de maag en de darmen. In de dunne en dikke darm worden alle voedingsstoffen, mineralen en vocht die we nodig hebben opgenomen. Wat overblijft is de stoelgang. Deze wordt als vuilniszakken afgevoerd en verzameld in het laatste stukje van de darm (de endeldarm). Als de endeldarm vol zit, geeft dit aandrang om te ontlasten. Als het kind zijn grote behoefte wil doen, komt de ontlasting op gang door de bekkenbodemspieren te ontspannen. Normaal ontlast een kind 1x per dag of 1x per 2 dagen stoelgang.